Reizen met kinderen is geweldig. Maar laten we eerlijk zijn: het is niet altijd picture perfect, lachende kinderen en een perfect georganiseerde koffer en achterbank. Soms is het gewoon gejengel, natte kleren, vermoeidheid en de alom bekende uitspraak “als jullie nu niet stoppen met ruzie maken, dan keren we terug naar huis.”
Hier zijn onze 5 (en een bonus op nummer 6) grootste frustraties als gezin onderweg, en hoe we er intussen proberen mee omgaan.



1. Jengelende en ruziënde kinderen op de achterbank
Met stip op nummer 1 bij ons omdat we ons hier moeilijk voor kunnen afsluiten. Iedereen die met kinderen reist, kent dit moment: “Hij kijkt naar mij!”, “Ze zit aan mijn kant!”, “Hoe ver is het nog?!” Ik ben ervan overtuigd dat jullie zelf kunnen aanvullen met een aantal klassiekers. De achterbank kan snel veranderen in een mini-oorlogszone.
Hoe we ermee omgaan:
- We knippen langere ritten op in haalbare stukken
- We plannen bewust stops op plekken waar ze even kunnen bewegen
- We voorzien snacks (en ja, soms met veel suiker, te veel suiker…)
- En misschien het belangrijkste: we laten het wat los. Een beetje kruimels of rommel hoort er soms gewoon bij
- Hoewel we dat eeuwig bemiddelen soms ook wel heel vermoeiend vinden…
Het hoort er gewoon bij en we proberen de rit voor iedereen behapbaar te houden.
Hoe we het gejengel op de achterbank proberen beperken, kan je hier lezen:
👉 Rust op de achterbank
2. Geen goede slaapplek vinden bij spontaan reizen
Spontaan reizen klinkt romantisch, tot je om 22u nog geen plek hebt om te slapen en de kinderen nu echt wel hun buik vol hebben van al dat rondrijden.
Toen we nog met onze camper reisden, liepen we hier vaak tegenaan. Populaire plekken zaten al vroeg vol, vaak met reizigers die er al in de vroege namiddag stonden. Dat paste niet altijd bij ons reisritme, waarbij we net graag nog een late activiteit meepikken.
Nu met de daktent:
We zijn iets meer gaan plannen en boeken vaker op voorhand. Dat geeft rust, maar betekent ook dat we minder “last minute blijven hangen” op plekken waar het eigenlijk heel fijn is.
Het is een afweging geworden: vrijheid vs. zekerheid. We merken wel dat de kinderen het vaak ook fijner en rustiger vinden als we eens twee à drie nachten op dezelfde plek blijven.
3. Aanhoudende regen en natte chaos in de kleine ruimte
Regen op vakantie, tot daar aan toe. Maar meerdere dagen regen met vijf mensen en een beperkte beschikbare oppervlakte? Dat is een ander verhaal. Alles wordt klam en vochtig, niets droogt nog, en de sfeer wordt… interessant.
Op campings draaien de droogkasten overuren en dat gezellig buiten koken, is ook plots een minder interessant klusje.
Onze overlevingsstrategie:
- Nieuwe, maar vooral droge kleren kopen zonder schuldgevoel
- Uit eten gaan (ja, dat mag dan iets vaker)
- Musea en binnenactiviteiten opzoeken die we normaal zouden overslaan
Regen dwingt ons soms om andere dingen te ontdekken, al moeten we onszelf al eens oppeppen tijdens regenachtige weken.
4. “Hoe ver is het nog?”, de eindeloze wandelvraag
Niet alleen tijdens wandelingen, maar soms al vóór we goed en wel vertrokken zijn, komt de vraag: “Is het nog ver?” of “Hoe ver gaan we wandelen”. Elk antwoord boven de 2 km dreigt dan een storm aan verontwaardiging te ontketenen, alsof je net antwoordde dat je een 10-daagse wandeltocht van 200 km ging aanvatten, in berglandschap.
Wandelen met kinderen vraagt een andere aanpak dan wandelen voor volwassenen.
Wat we geleerd hebben:
- De wandeling zelf moet leuk zijn, niet alleen de bestemming (lees: watertjes, brugjes, speelzones, …)
- We plannen kleine “beloningen” onderweg, tegenwoordig nemen ze zelf al hun favoriete snacks mee en plannen ze pauzemomentjes
- We plannen iets van een vakantie-activiteit in de wandeling (water, stenen zoeken, dieren spotten…)
Hoe je kinderen al voor de vakantie warm maakt voor de roadtrip en hoe je hen betrekt bij de plannen, daar schreven we al eerder een artikel over:
👉 Kinderen betrekken bij reisplanning
Onze zoon plant zelf ook nog extra tips te geven rond:
👉 Hoe wandelingen leuk houden met kinderen
5. Nachtrust in de daktent (en soms daarbuiten)
Een daktent is fantastisch. Toch blijft het kamperen. De wind is voelbaar, geluiden zijn intenser en de matras is goed volgens kampeernormen (lees: het is geen hotelbed).
En toch is er iets bijzonders aan slapen in de buitenlucht. We merken vaak dat we uiteindelijk beter slapen dan verwacht, misschien door de frisse lucht, misschien door de vermoeidheid van de dag.
Maar nee: het is niet altijd een perfecte nachtrust.
Bonus 6. Pech onderweg of assistance moeten inschakelen
Want soms loopt het niet helemaal zoals gepland.
Een lekke band, een technisch probleem of iets dat je zelf niet kan oplossen onderweg kan snel stress geven.
Wat helpt:
- Goede voorbereiding (zoveel als mogelijk)
- Contactgegevens van assistance altijd bij de hand
- En de realisatie dat dit “deel van het avontuur” is, ook al voelt het op dat moment niet zo
- Het allerbelangrijkste blijft dat iedereen gezond is
We hebben hierover ook een apart artikel geschreven:
👉 Assistance en pech onderweg – onze ervaringen
Conclusie: het is niet altijd picture perfect (en dat is oké)
Gezinsreizen zijn fantastisch, maar ook rommelig, luid, soms nat en soms frustrerend. En toch blijven we het doen. Omdat die momenten waarop alles wél klopt: een mooie plek, lachende kinderen, een rustige avond in de daktent, alles goedmaken.
Zelfs de momenten waarop we zeggen “als jullie nu niet stoppen met ruzie maken, dan keren we terug naar huis.”
Wat zijn jullie grootste frustraties onderweg en hoe gaan jullie ermee om? Alle tips welkom. Of geef gerust één van jullie klassiekers op de achterbank mee in de comments.
Geef een reactie